Het failliet van het persbureau

Moreel zijn fotopersbureaus als ANP en BSR Agency allang failliet, maar daar ga ik het nu niet over hebben. Deze post gaat over het bestaansrecht: voegt een commercieel persbureau in het digitale tijdperk eigenlijk nog wel wat toe?

In mijn boek concludeer ik dat fotogebruik met analoge regels beoordeeld wordt. De wetgever gaat er nog steeds vanuit dat je voor publicatie toestemming moet vragen aan de partij die het fotonegatief bezit (de fotograaf of zijn vertegenwoordiger) terwijl het digitale fotobestand voor iedereen beschikbaar is op internet.

Mijns inziens rusten er op foto's die reeds openbaar online staan en door iedereen opgevraagd en bekeken kunnen worden, geen exclusieve rechten meer voor niet-commercieel gebruik op internet. Het alleenrecht op dat type gebruik vervalt zodra een tweede partij een licentie krijgt waarbij het aantal views onbeperkt is. Als je rechten op foto's wilt blijven uitoefenen zul je met uitgevers afspraken moeten maken over het aantal views of een tijdspanne. Dat kan. Met hotlinks.

In het laatste hoofdstuk pleit ik voor een radicale wetsherziening en ik leid dat kort in met deze schets:


Gezien de vragen van lezers had ik het plaatje misschien wat meer moeten toelichten. Van de andere kant: het boek gaat over de verouderde Auteurswet en de misstanden bij handhaving fotorechten. Het pleidooi voor wetsherziening op het eind is enkel ging toegevoegd omdat ik toch ook iets van een oplossing wilde schetsen. Ga ik er in dit blog wat dieper op in.

1. Van maker naar consument
Helemaal in den beginne ging informatieverspreiding van mens tot mens. Je schreef een brief, luisterde naar een zanger of liet een portret schilderen. Boeken werden door een mens overgeschreven, prenten nagetekend. Een kopie was één op één en dus heel bewerkelijk.

2. De pers
De uitvinding van de drukpers maakte kopiëren in grote oplages mogelijk: het verving handwerk door massaproductie. Teksten, beelden en muziek bereikten een groter publiek. In deze periode zijn de persbureaus ontstaan: zij beschikten over fotonegatieven (en teksten) die uitgevers nodig hadden om kranten en tijdschriften te drukken.

3. De (foto)journalist
Digitalisering maakt papier, inkt én fotonegatieven overbodig voor informatieverspreiding. De journalist kan rechtstreeks een digitaal bestand leveren aan uitgevers én eindgebruikers. Het bewaren, beheren en exploiteren van fotonegatieven is in deze fase niet meer nodig. Het fotopersbureau verloor haar primaire functie en veranderde in een beeldbank. Fotografen kunnen hun werk zelf verkopen en aanbieden via een of meerdere beeldbanken. Bij meerdere aanbieders van hetzelfde fotobestand heeft geen van de partijen recht op een misgelopen licentievergoeding. Omdat je immers niet uit kunt sluiten dat de foto verkregen is via een andere partij.

4. Belofte van internet
Internet maakt met hyperlinks een vrije uitwisseling van informatie mogelijk: los van een uitgever die beschikt over de drukpers en bepaalt wat er verschijnt. Met de komst van platforms als Hyves, Facebook en Twitter kon iedereen gratis deelnemen aan het internet. Journalisten kregen concurrentie van burgers op de gratis platforms. Nieuws had je vaak al online ergens gelezen voordat het in de krant verscheen. De drukpers kreeg het moeilijk: uitgevers gingen failliet of werden overgenomen. Met als resultaat een paar mediagiganten die vandaag de dag het aanbod op internet domineren en bepalen welke informatie gratis is en welke niet.
De positie van fotojournalisten verslechterde drastisch: mediagiganten eisen vandaag de dag onbeperkte licenties, betalen slecht en plaatsen de foto's onbeschermd op internet. Regelgeving voor hergebruik van die foto's ontbreekt. Trollen claimen het alleenrecht op foto's die in het virtuele, publieke domein staan en vorderen torenhoge schadevergoedingen. Kleine onafhankelijke blogs, niche-websites en fora stoppen uit angst voor 'boetes' met nog meer macht voor de mediagiganten.

5. Kunstmatige intelligentie
AI is na de drukpers en het internet de volgende revolutie in de informatieverspreiding. AI transformeert (samenvatten, herschikken, combineren, extraheren, vertalen, controleren, aanpassen, verbeteren enzovoort) informatie van het internet en verspreidt het.
Het gevaar van deze fase is dat de communicatie van mens tot mens verdwijnt en er een mediacratie ontstaat: een bestuursvorm waar een paar partijen die de macht hebben om via de media de publieke opinie te beïnvloeden het land regeren. Als ik naar de laatste wijziging van de Auteurswet kijk, is duidelijk dat het belang van mediagiganten prevaleert en ook recente jurisprudentie wijst daarop. Dat ondermijnt onze democratie.
Een ander gevaar van AI is dat het uitgaat van de bestaande content op het web en dat voor de vastlegging van nieuws journalisten nodig blijven. Maar als je de makers niet goed betaald krijg je géén, amateuristische of gekleurde data.
Ook het gebrek aan redactie, interpretatie en twijfel is problematisch. AI geeft altijd een stellig antwoord, ook als er geen eenduidig antwoord te geven is.

Ik ben Five Readings of the Wheel: Essay on Information Governance and Democracy aan het lezen van Guido van Nispen: een schijf van vijf voor verantwoorde informatieverspreiding. Daarin een rol voor de overheid: financier de infrastructuur voor informatie. Oftewel investeer in journalistiek en data-opslag. Dat lijkt mij niet meer dan logisch. Het gros van de data is in handen van mediagiganten. Het is schandalig dat DPG Media RTL mocht overnemen. Het is zorgwekkend dat de NPO met mediagiganten in de stichting Organisatie voor PersuitgeversRecht (OPR) zit en deals sluit met Google.

Van Nispen benadert uitgevers en big tech als twee verschillende partijen terwijl die volgens mij allang versmolten zijn (fase 5 in het plaatje). Voor uitgevers zijn transparantie in AI-gebruik, interpretatie, context en redactie van belang; voor big tech hamert Van Nispen op bronvermelding, traceerbaarheid en het laten zien van verschillende inzichten. Ik vrees echter dat winstbejag en smaak zich niet laten reguleren. Het gros van de voedselleveranciers en de consumenten houdt zich niet aan de schijf van vijf van Voedingscentrum. Men weet dat fastfood en suiker niet goed is, maar blijft het aanbieden en consumeren.

Eind 2015 was ik nog vol vertrouwen dat internet voor makers, uitgevers, platforms én consumenten een gezonde omgeving voor informatie-uitwisseling kon zijn. Tweetdeck was mijn nieuwsportaal naar de virtuele wereld. Vandaaruit reisde ik naar websites van mensen die ik volgde, communiceerde met anderen, bouwde een online kennissenkring op, deelde informatie en klikte op hyperlinks. Een betaalde versie van Tweetdeck om betaalmuren te laten verdwijnen leek mij destijds win/win voor alle partijen. Maar goed, we weten tien jaar later allemaal hoe het afgelopen is met Twitter. En ook wat voor gevolgen dat heeft voor de democratie.

Een oplossing zie ik – naast een update van de Auteurswet en een overheid die in infrastructuur investeert – in decentralisatie van de mediamacht: kleinere, onafhankelijke platforms waar deelnemers zelf de regels bepalen en baas blijven over hun eigen data. Voor fotografen zou dat een beeldbank kunnen zijn waarbij ze hun recht op naamsvermelding behouden en hun auteursrechten kunnen blijven uitoefenen. Dus zelf beslissen of ze een herkenbaar watermerk op foto's zetten, scanbots geen toegang geven tot de fotobestanden, foto's beschermen tegen downloaden enz. Het is een mooie taak voor de fotonegatieven-exploitant van weleer: foto's uitgeven via hotlinks waarbij je af kunt rekenen per view of een tijdsperiode.

Meer weten over hotlinks? Lees mijn boek. Of al mijn blogs (37 stuks) met hashtag embedden 😁.
Of wellicht ken je de term hotlink onder een andere naam en kan ik je er niks nieuws over vertellen:
  • automatische link;
  • embed link;
  • inline link;
  • framed link.
Over kleine en onafhankelijke blogs gesproken... Die van mij zijn mede mogelijk gemaakt door Google. En ik ben blij dat mijn stem tegenwoordig dankzij AI een groter publiek bereikt. Juristen en mediagiganten negeren namelijk al jarenlang mijn werk. Snap ik, want met rechten claimen valt flink geld te verdienen.

Voor wie het nog niet wist: ik won een zaak van ANP:
4.5 (…) Daarnaast gaat ANP ook niet (gemotiveerd) in op het verweer van [gedaagde in conv] dat voormelde foto al op het internet heeft gestaan zonder dat daarbij een naams- en/of copyrightvermelding stond. Rechtbank Gelderland 14 januari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:178