Jurisprudentie in strijd met het EU-recht

In verband met de dreigende verdwijning van nieuwsbrief Revue een kopie van editie #57 en #76.

Alle besproken uitspraken zijn mijn inziens in strijd met artikel 3, 5, 13 en/of 14 van de Europese Handhavingsrichtlijn betreffende de intellectuele eigendomsrechten (2004/48/EG).

Artikel 3 lid 1: Maatregelen, procedures en rechtsmiddelen zijn oneerlijk, niet billijk, onnodig ingewikkeld en kostbaar.
Commerciële partijen sporen foto’s met software op en gaan achter elk gebruik, onrechtmatig én rechtmatig, aan. Zodra duidelijk is dat de vermeende inbreukmaker onvoldoende juridische kennis heeft om de beschuldiging te weerleggen of geen bewijs meer heeft hoe hij aan de foto kwam, dreigen ze met kostbare juridische stappen. Betaalbare juridische hulp om te schikken of om de inbreuk te betwisten is er niet. Dagvaardingen bestaan uit vele pagina’s vakjargon waardoor je alleen zelf kunt procederen als je juridisch onderlegd bent. Procedures zijn onnodig lang doordat rechters een mondelinge behandeling of een tweede schriftelijke ronde gelasten, de kosten van de gemachtigde lopen dan op. Rechters wijzen onbetwiste stellingen toe, ook als overduidelijk is dat ze niet kloppen. Rechters wijzen betwiste stellingen toe, ook als ze gemotiveerd zijn betwist. Commerciële juristen betwisten elkaars kosten en de licentietarieven niet. Voor hoger beroep is een dure advocaat verplicht. Advocaten weigeren hoger beroep aan te tekenen als het enkel over de schadevergoeding en proceskosten gaat.

Artikel 3 lid 2: Commerciële juristen misbruiken gerechtelijke procedures als verdienmodel: Ze dagen futiliteiten voor de rechter. Ze doen onvoldoende om het geschil buitengerechtelijk op te lossen. Ze procederen voor een verklaring voor recht terwijl de foto al verwijderd is. Ze procederen terwijl er al een billijk schikkingsvoorstel ligt.

Artikel 5a: Je bent gerechtigd om een inbreukprocedure in te stellen als je naam op de gebruikelijke wijze op de foto staat vermeld. Eisers hoeven van de rechter zonder deze naamsvermelding niet te bewijzen dat ze gerechtigd zijn om schade te claimen. Rechters kennen schade toe voor foto’s die elders rechtmatig zonder naam zijn gepubliceerd en waarvan de naam niet (meer) via de uitgever te achterhalen is, of waarbij je ervanuit mag gaan dat je toestemming hebt van de uitgever.

Artikel 13 lid 1: Als de inbreukmaker wist of redelijkerwijs had moeten weten dat hij inbreuk pleegde, moet hij een passende vergoeding betalen voor herstel van de schade. Rechters kennen schadevergoedingen toe voor handelingen die gedaagde niet aan te rekenen zijn: Foto’s die zijn gekregen van de geportretteerde, gepubliceerd zijn door derden, gepubliceerd zijn met toestemming van een andere gerechtigde partij, gepubliceerd zijn door de vorige eigenaar van een website of waarvan men dacht dat die onder een uitzondering op het auteursrecht, bijvoorbeeld het citaatrecht, vielen.

Artikel 13 lid 1b: Ik ben geen, op Rechtspraak.nl gepubliceerde, stockfoto-zaak tegengekomen waarbij de rechter de schadevergoeding baseert op een bedrag dat vrijwillig betaald wordt in de markt. Eisers onderbouwen hun schade met de vrijwaringstarieven van Stichting Foto Anoniem, met richtprijzen DuPho, verwijzen naar een onwerkelijk hoog tarief op hun website, verwijzen naar jurisprudentie, beweren dat honderden euro’s marktconform is, voegen facturen van andere -exclusieve of in opdracht gemaakte- foto’s toe en/of tonen bedragen die achteraf onder druk van een gerechtelijke procedure zijn betaald. Rechters nemen de gevorderde bedragen over. Rechters negeren de werkelijke tarieven. Rechters schatten schades te hoog in.

Artikel 14: Artikel 1019h rv staat een volledige proceskostenveroordeling toe bij IE-zaken. Rechters wijzen voor onbedoelde inbreuken, soms zelfs als er geen rechten geschonden zijn, proceskosten toe hoger dan de -eveneens te hoge- schadevergoeding. Dat is niet redelijk, niet evenredig en niet billijk.

Voorbeelden:

  • Kosten verdediging tien keer hoger dan de claim #4.
  • Complexe procedure in 3 etappes met zeer hoge proceskosten #18.
  • Mondelinge behandeling bij een onopzettelijke inbreuk #16.
  • Aansluiting bij vrijwaringstarieven Stichting Foto Anoniem niet betwist door verdediging #2.
  • Tien advocaten weigeren hoger beroep om de proceskosten te betwisten #33.
  • Hoger beroep om een futiliteit; ontbreken naam amateurfotograaf #19.
  • Te snel gedagvaard, rechter wijst proceskosten toe #37.
  • Hoger beroep dat beide partijen geld kost #28.
  • Buitengerechtelijk billijk tegenvoorstel, rechter wijst proceskosten toe #52.
  • Niet aangetoond dat eiser de rechten had om portretfoto te exploiteren #32.
  • Niet aangetoond dat fotograaf rechten overgedragen heeft #22.
  • Rechter vindt dat foto’s die zonder naam van de fotograaf zijn gepubliceerd niet anoniem zijn. Kosten gemachtigde, meer dan €12.000, niet betwist door verdediging #17.
  • Rechter negeert de veronderstelde toestemming uitgever #44.
  • Rechter negeert dat de foto via de geportretteerde kwam #53.
  • Foto geplaatst door een derde, rechter oordeelt dat gedaagde schadeplichtig is #51.
  • Rechter negeert toestemming andere rechthebbende #6.
  • Gepubliceerd door vorige eigenaar website, rechter oordeelt dat huidige eigenaar schadeplichtig is #8.
  • Rechter negeert citaatrecht #30.
  • Rechter baseert schade op vrijwaringstarieven Stichting Foto Anoniem terwijl factuur foto’s bij de stukken zit #11.
  • Rechter schat schade stockfoto op €1.750 #35.
  • Bewijs van het toegewezen licentietarief ontbreekt #21.
  • Kantonrechter en raadsheren negeren het daadwerkelijke tarief van €4,50 #15.
  • Onevenredige proceskosten toegewezen #46.


Ik heb hierover vandaag (10 juni 2022) een klacht ingediend bij de Europese Commissie.
Aan de advocaat-generaal van het Europese Hof van Justitie heb ik een brief gestuurd of hij er op wil toezien dat de klacht serieus genomen wordt. In zijn moedertaal, vertaald door een Poolse dame die ik van een ongefundeerde claim afhielp van €3.186,88. De geraadpleegde jurist adviseerde haar een tegenvoorstel te doen van €1.750 omdat de kosten bij een gerechtelijke procedure wel eens konden oplopen tot €30.000. Dat zijn de praktijken waar ik een eind aan wil maken…

Drie maanden later het vervolg in editie #76


Alle uitspraken in deze nieuwsbrief zijn mijn inziens in strijd met artikel 3, 5, 13 en/of 14 van de Europese Handhavingsrichtlijn betreffende de intellectuele eigendomsrechten (2004/48/EG). Ik had daarover een klacht ingediend bij de Europese Commissie. Ik kreeg afgelopen vrijdag (9 september 2022) bericht dat ze voornemens zijn het dossier te sluiten:
“De artikelen 3, 5, 13 en 14 van de IPRED bevatten algemene bepalingen die de lidstaten een aanzienlijke beoordelingsmarge laten met betrekking tot de omzetting en de daadwerkelijke toepassing ervan.”

Rechters oordelen mijn inziens in strijd met het Unierecht en daardoor ook met het Nederlandse recht. Bij mijn eigen rechtszaak notabene, editie #9, wordt zowel het artikel van de EU-richtlijn als het bijbehorende artikel van de Nederlandse wet genoemd waarop de rechter haar (foute) oordeel baseert. Ik zal het nog duidelijker moeten toelichten…

Artikel 3
De procedures en rechtsmiddelen om de handhaving van de in deze richtlijn bedoelde intellectuele-eigendomsrechten te waarborgen zijn in Nederland momenteel zo oneerlijk, niet billijk, onnodig ingewikkeld of kostbaar dat beschuldigden buitengerechtelijk schikken voor buiten proportionele bedragen. Ook als de foto’s rechtmatig zijn gepubliceerd. Ook als claimende partijen de auteursrechten niet hebben.

De andere aangehaalde artikelen van het Unierecht kennen hun gelijke in de Nederlandse wet:

Artikel 5a [naam op het werk]
Komt overeen met het Nederlandse art. 4.1 Aw.

Artikel 13 lid 1 [redelijkerwijs had moeten weten]
Komt overeen met het Nederlandse art. 29.b.1 Aw.

Artikel 13 lid 1b [schade begroten op misgelopen licentievergoeding]
Komt overeen het Nederlandse art. 6:97 BW in combinatie met art. 27.2 Aw.

Artikel 14 [redelijke en evenredige proces- en andere kosten]
Komt overeen met het Nederlandse art. 1019h Rv.

Aanvulling
Ik was bij de voorbeelden van jurisprudentie waar de rechter in strijd met het Unierecht oordeelt het nummer van de nieuwsbrief vergeten bij het vonnis van Erfgoed Leiden, #17. Dat ga ik alsnog doorgeven met een kleine toelichting:

De rechter, afkomstig van een commercieel advocatenkantoor, oordeelt in strijd met artikel 5a en stelt dat de foto’s niet anoniem openbaar zijn gemaakt (gecorrigeerd in hoger beroep). De rechter oordeelt in strijd met artikel 13 lid 1 dat Erfgoed redelijkerwijs had moeten weten wie de rechthebbende is en daardoor schadeplichtig is (houdt stand in hoger beroep). De rechter wijst in strijd met artikel 13 lid 1b €75,- per foto toe (gecorrigeerd in hoger beroep). De rechter wijst in strijd met artikel 14 €12.511,23 aan proceskosten toe (in hoger beroep draagt ieder de eigen kosten).
Hoe onaantastbaar deze rechter zich waant blijkt uit het feit dat de zaak verdedigd werd door advocaat Dirk Visser, tevens hoogleraar en lid van de Commissie Auteursrecht van het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Het was een uitspraak met een enorme impact op erfgoedinstellingen. Nog steeds worden grote delen van collecties uit angst voor soortgelijke claims niet getoond.

Vonnis #17: Erfgoed Leiden (eerste aanleg)