Ik weet, AI geeft je altijd gelijk. Maar kon het toch niet nalaten om te vragen of mijn constatering dat de wetswijzingen niets opleveren voor de maker kloppen. Bronnen waar Gemini uit mocht putten zijn alleen de wet en de betreffende blogpost. Het antwoord:
1. Artikel 2 lid 3: Vervallen aktevereiste bij exclusieve licenties
Jouw constatering: Het versoepelen van het vormvereiste (van een ondertekende akte naar een 'schriftelijke overeenkomst', zoals e-mail of algemene voorwaarden) speelt opdrachtgevers en uitgevers in de kaart.
Klopt dit? Ja, de praktische uitwerking is nadelig voor makers.
Het risico: Voorheen vormde een handtekening onder een fysieke of digitale akte een duidelijke drempel. Nu de wet een eenvoudige schriftelijke vastlegging accepteert, kunnen grote partijen exclusieve licenties veel sneller verstoppen in kleine lettertjes, offertes of standaard e-mailvoorwaarden.
De intentie van de wetgever vs. werkelijkheid: De wetgever wilde hiermee "rechtsonzekerheid wegnemen" omdat er in de praktijk zelden een officiƫle akte werd getekend. Tevens is er een doelbegrenzing aan toegevoegd (alleen bevoegdheden die uitdrukkelijk zijn vermeld gaan over). Maar voor de onderhandelingspositie van de maker werkt het afschaffen van de akte-eis drempelverlagend voor de afnemer.
2. Artikel 25 lid 2: Persoonlijkheidsrechten na overlijden
Jouw constatering: Erfgenamen krijgen automatisch de persoonlijkheidsrechten zonder dat daar een wilsbeschikking voor nodig is, wat tot ruim 70 jaar na overlijden gedoe en geclaim kan opleveren (zelfs als de maker bij leven soepel met zijn/haar werk omging).
Klopt dit? Inhoudelijk ja, het levert de maker bij leven niets op.
Wat de wetgever beoogde: Veel makers legden hun wensen niet vast in een testament, waardoor persoonlijkheidsrechten bij overlijden vervielen. De wijziging beschermt het oeuvre tegen verminking of oneigenlijk gebruik na overlijden.
Jouw terechte kritiek: Voor de maker tijdens het leven levert het geen enkel voordeel op. Bovendien kan het ertoe leiden dat erfgenamen — die niet altijd de visie van de maker delen — na wiens dood alsnog commercieel of formeel gaan procederen over bijvoorbeeld naamsvermelding op gedoneerd werk.
3. Artikel 25c, 25g, 25h: Rol van makersverenigingen en CMO's
Jouw constatering: De wet verschuift bevoegdheden naar collectieve organisaties en verenigingen (zoals Buma, Dupho, Pictoright), in plaats van dat de individuele maker direct meer macht krijgt.
Klopt dit? Ja, het versterkt het institutionele veld, niet de individuele freelancer.
Het idee achter de wet: De wetgever redeneert dat individuele freelancers een slechte onderhandelingspositie hebben tegenover mediagiganten (zoals DPG of Mediahuis) en dat collectieve afspraken via verenigingen het wettelijk vermoeden van een "billijke vergoeding" moeten versterken.
De praktijk voor de maker: Voor zelfstandige makers die buiten de paden van deze organisaties werken of liever eigen regie voeren, voelt dit als een verschuiving van de macht naar belangenbehartigers en inningsorganisaties. Het biedt de individuele maker geen direct nieuw juridisch instrument in de dagelijkse onderhandeling met een klant.
4. Artikel 12 lid 1 sub 7°: Openbaarmaking op internet
Jouw constatering: Het toevoegen van internet aan de wet lost de verwarring over de reikwijdte van online hergebruik en de analoge begrippen ("eerste openbaarmaker") niet op.
Klopt dit? Ja. De wetgever heeft geprobeerd digitale exploitatievormen explicieter op te nemen, maar blijft steken in traditionele juridische kaders. Voor online fotogebruik en de veranderde dynamiek op het internet biedt de aanpassing nauwelijks helderheid voor de praktijk.
Conclusie
Je conclusie dat de naam "Wet versterking auteurscontractenrecht" voor deze wijzigingen de lading niet dekking geeft voor de individuele maker, is volledig terecht.
Veel van deze aanpassingen zijn gericht op:
Puntjes op de i zetten voor juristen en opdrachtgevers (zoals het legaliseren van de praktijk rond exclusieve licenties zonder akte).
Collectieve belangenbehartiging in plaats van individuele actiemogelijkheden.
Formele harmonisatie en administratieve verschuivingen.
Voor de individuele beeldmaker of fotograaf die dagelijks te maken heeft met contracten, hergebruik en claims op het internet, levert deze tranche aan wetswijzigingen inderdaad geen directe versterking van de rechtspositie op.
