vrijdag 19 juni 2020

Arrest Erfgoed Leiden foto's ansichtkaarten

Ik had het rumoer rondom het arrest van Erfgoed Leiden natuurlijk wel gezien. Maar ik was in de veronderstelling dat het eindelijk eens een goede uitspraak was omdat er slechts enkele eurootjes waren toegewezen per foto. Totdat ik zag dat er een beroep gedaan was op artikel 8 en het was afgewezen...



Artikel 8 dat mijn inziens samen met artikel 9 hoognodig ge-update zou moeten worden om een eind te maken aan de afpersingspraktijken met rechten op foto's:


Dus ik las het vonnis [pdf kvbrain.nl] toch maar eens door.

Puur naar de letter van de wet zou ik zeggen dat een beroep op artikel 8 had moeten slagen. In de wet staat niet dat het de eerste openbaarmaker moet zijn en ansichtkaarten lijken mij rechtmatige publicaties.

"Het hof is van oordeel dat er voldoende aanleiding is om artikel 8 Aw aldus uit te leggen dat dit beperkt is tot (impliciete en uitdrukkelijke) opdrachtrelaties, althans niet van toepassing is op licentierelaties.
...
Hiermee verdraagt zich slecht dat de (niet-exclusieve) licentienemer die het werk als eerste openbaar maakt zonder vermelding van de werkelijke maker van rechtswege de auteursrechten verkrijgt.
...
Nu niet gesteld of gebleken is dat sprake was van een opdrachtrelatie tussen Roovers en de uitgevers is artikel 8 Aw al om die reden niet van toepassing en kan grief 1 niet tot vernietiging leiden."
...
Dit brengt naar het oordeel van het hof mee dat voor toepasselijkheid van artikel 8 Aw nodig is dat de openbaarmaker daarop een beroep doet."

Met andere woorden. Het hof zegt hier dat er een opdrachtrelatie dient te zijn én dat de openbaarmaker  de rechten moet opeisen anders gaan de rechten niet over naar de rechtspersoon.

Tjongejongejonge.
Ik snap heel goed dat er een wie-heeft-de-rechten-probleem ontstaat als je meerdere licenties uitgeeft van dezelfde foto. Dat kun je echter oplossen door de rechten alleen over te laten gaan bij een exclusieve licentie.
Dit vonnis is niet werkbaar voor de (vermeende) inbreukmaker. Je kunt aan een naamloos gepubliceerde foto op internet niet zien wie de eerste openbaarmaker is, of er een opdracht is geweest en of de openbaarmaker de rechten opgeëist heeft.

Als artikel 8 op deze onverwachte & onbegrijpelijke gronden afgewezen wordt had het hof wel eens uit zichzelf artikel 9 mogen toepassen -> Dat de rechten via de openbaarmaker uitgeoefend kunnen worden. Nu kunnen rechtenopkopers (zonder tussenkomst van de openbaarmaker) tot uit den treure alle anonieme gepubliceerde foto's blijven claimen. Nou ja tot 70 jaar na publicatie-datum met dit vonnis.

Om moedeloos van te worden.
Enfin. Kan weer toegevoegd worden aan de lijst "misbruik met het wetboek in de hand".

Geen opmerkingen:

Een reactie posten