Zondag 14 juni hield ik mijn boekpresentatie bij de tuinen van MergenMetz.
Het boek komt voort uit een jarenlange strijd tegen fototrollen. Zelfbenoemde handhavers van de wet framen het overnemen van een foto als diefstal waardoor fotografen en fotogebruikers lijnrecht tegenover elkaar zijn komen te staan. Een van de oorzaken waardoor fototrollen straffeloos hun gang kunnen blijven gaan is volgens mij omdat digitaal hergebruik van foto's anno 2026 nog steeds met analoge regels wordt beoordeeld. Dat is de rode draad in mijn boek.
Dinsdag 16 juni verscheen een stevig artikel over het getrol van ANP. De reactie van Guido van Nispen deed mij beseffen hoe makers (in het geval van ANP de journalisten en redacteuren) steeds onzichtbaarder zijn geworden. Consumenten zien alleen nog het eindproduct.
Mijn naam levert teveel ruis op in het debat. Mijn reactie op het artikel plaats ik daarom hier.
In het analoge tijdperk bezat een fotopersbureau het
fotonegatief en dat negatief was nodig om een foto in goede kwaliteit in druk
te laten verschijnen. Een fotokopie van een foto uit een krant of tijdschrift
was overduidelijk van mindere kwaliteit. Destijds sprak je een oplage af en voor
een herdruk betaalde je opnieuw fotorechten. Bij een in druk verschenen foto blijft
een naams- en copyrightvermelding ‘eeuwig’ bij de foto staan.
Tegenwoordig gebruikt vrijwel niemand nog een fotonegatief
en heeft iedereen toegang tot digitale fotobestanden op internet: de
virtuele openbare ruimte oftewel publiek domein? Een losse
naamsvermelding bij een foto valt weg als je het bestand met een link overneemt
op je eigen website. Een onlinefoto kan ongelimiteerd bekeken en gedownload worden.
En een screenshot (de opvolger van de fotokopie) toont de foto in dezelfde
kwaliteit als op de bronwebsite.
Vroeger was het bezit van het fotonegatief voldoende om een
foto te exploiteren en het auteursrecht te beschermen, vandaag de dag is daar heel
wat meer voor nodig. Het uitsluitend recht op online publiceren vervalt zodra
een foto door meerdere partijen online is uitgegeven. Uitsluitend recht betekent
namelijk ‘als enige het recht hebben’. En als een foto rechtmatig zonder
naamsvermelding wordt uitgegeven, vervallen ook de morele rechten van artikel
25 Aw.
ANP presenteert zich al meer dan tien jaar als rechthebbende
die een licentievergoeding is misgelopen voor een foto die je op internet vond
met Google, bij een andere beeldbank kocht of die afkomstig is van een partij
als Pixabay. Op zo’n foto rusten meestal geen exclusieve rechten meer, anders had
je die foto niet kunnen downloaden. ANP doet echter alsof het de enige
aanbieder is en dat je verplicht bent om een licentie te kopen. Terwijl ANP
dondersgoed weet dat dat niet zo is. Je kunt namelijk een ‘bewijs van onschuld’
uploaden in de vorm van een licentie van een andere partij…
Beheerorganisatie Pictoright leeft net als ANP nog in het
papieren tijdperk en keert collectieve vergoedingen voor digitaal hergebruik
uit op basis van analoge publicaties. Aangeslotenen geven het aantal
publicaties zelf op: een fraudegevoelig systeem. Opmerkelijk is dat Pictoright
de vergoedingen uitkeert via fotopersbureaus. ANP incasseert 50% van die voor
de fotograaf bedoelde vergoedingen. Het kan erger: BSR Agency houdt de hele
uitkering voor zichzelf, Pictoright is
een terugvorderingsprocedure gestart.
Op mijn kritische vragen aan Pictoright (moet ik al mijn
hergebruikrechten overdragen voor mijn online verschenen werk terwijl ik dat
werk niet kan aanmelden voor een vergoeding?) kreeg ik tot op heden geen
antwoord. Wel kwam de analoge wijze van toekenning in de jaarvergadering ter
sprake:
Ook de wetgever gaat er nog vanuit dat er een drukpers is vereist om foto’s te verspreiden met de achterhaalde begrippen openbaar maken en verveelvoudigen in artikel 1 van de Auteurswet. Woorden als hyperlink en webpagina ontbreken. En dat terwijl de volgende fase van informatieverspreiding – big tech die digitale data opslurpt, met AI transformeert en weer uitspuugt – al begonnen is…

