Mijn kanttekeningen (wetteksten en de tekst op de webpagina van de Rijksoverheid in courier):
Om publicaties met auteursrecht digitaal te kopiëren en te delen, heeft u toestemming nodig van de makers. Stichting Reprorecht regelt deze toestemming voor bedrijven en instellingen. Ook zorgt de stichting dat de makers hiervoor een vergoeding krijgen. Dit heet de reprorechtregeling.
Stichting Reprorecht is door de overheid aangewezen om de wettelijk verplichte vergoeding voor het reprorecht te innen en incasseren. Wettelijk verplicht geldt echter alleen voor analoge kopieën. Artikel 16h.1 Aw:
Een reprografische verveelvoudiging van een artikel in een dag-, nieuws- of weekblad of een tijdschrift of van een klein gedeelte van een boek en van de in zo'n werk opgenomen andere werken wordt niet beschouwd als inbreuk op het auteursrecht, mits voor deze verveelvoudiging een vergoeding wordt betaald.
En iedereen die nu roept dat dat een verouderde tekst is en dat dat vandaag de dag onder Unierecht ook geldt voor digitaal gebruik: NEE. Het wetsartikel stamt uit 2003 en toen was er al jaren internet. Het lijkt alsof de wetgever destijds met het wetsartikel de traditionele media wilde bevoordelen ten opzichte van de opkomende digitale media. Bovendien zijn onder Unierecht (artikel 5.3.o richtlijn 2001/29/EG) afwijkende bepalingen in de Auteurswet alleen toegestaan mits het géén digitaal gebruik betreft. De Hoge Raad heeft dat recentelijk bevestigd door mijn cassatieverzoek in belang der wet af te wijzen.
Maar het wordt nog erger.
Als uw bedrijf gebruikmaakt van de reprorechtregeling, mag u kopieën maken voor intern gebruik.
Stichting Reprorecht is door de overheid aangewezen om de wettelijk verplichte vergoeding voor het reprorecht te innen en incasseren. Wettelijk verplicht geldt echter alleen voor analoge kopieën. Artikel 16h.1 Aw:
Een reprografische verveelvoudiging van een artikel in een dag-, nieuws- of weekblad of een tijdschrift of van een klein gedeelte van een boek en van de in zo'n werk opgenomen andere werken wordt niet beschouwd als inbreuk op het auteursrecht, mits voor deze verveelvoudiging een vergoeding wordt betaald.
En iedereen die nu roept dat dat een verouderde tekst is en dat dat vandaag de dag onder Unierecht ook geldt voor digitaal gebruik: NEE. Het wetsartikel stamt uit 2003 en toen was er al jaren internet. Het lijkt alsof de wetgever destijds met het wetsartikel de traditionele media wilde bevoordelen ten opzichte van de opkomende digitale media. Bovendien zijn onder Unierecht (artikel 5.3.o richtlijn 2001/29/EG) afwijkende bepalingen in de Auteurswet alleen toegestaan mits het géén digitaal gebruik betreft. De Hoge Raad heeft dat recentelijk bevestigd door mijn cassatieverzoek in belang der wet af te wijzen.
Maar het wordt nog erger.
Als uw bedrijf gebruikmaakt van de reprorechtregeling, mag u kopieën maken voor intern gebruik.
Bijvoorbeeld als u publicaties:
Het reprorecht van artikel 16h Aw is veel breder en beperkt het reprorecht niet tot intern gebruik. Bovendien vervalt het recht op een vergoeding al na drie jaar, artikel 16k Aw:
De verplichting tot betaling van de vergoeding, bedoeld in artikel 16h, vervalt door verloop van drie jaar na het tijdstip waarop de verveelvoudiging vervaardigd is.
Met andere woorden; persfoto’s die je meer dan drie jaar geleden overnam, daar vervalt het recht op een vergoeding voor de maker. Maar fototrollen claimen vrolijk persfoto's tot twintig jaar geleden.
Stichting Reprorecht verdeelt de vergoeding onder de makers, zoals uitgevers, schrijvers en fotografen.
Uitgevers zijn géén makers. Toch komt uiteindelijk driekwart van de geïnde vergoedingen bij de uitgevers terecht. Stichting Reprorecht keert namelijk de helft van haar inkomsten uit aan uitgevers. De andere helft wordt verdeeld via beheerorganisaties zoals stichting Pictoright. Die keert met inhouding van een fee uit aan fotografen en aan persagentschappen. Die persagentschappen houden een deel van de ontvangen gelden zelf (ANP 50%) en sommige houden zelfs alles voor zichzelf getuige een rechtszaak tegen BSR Agency.
En net toen ik dacht, het kan niet erger, kwam ik erachter dat je digitaal uitgegeven werk niet kunt opgeven bij Pictoright. Uitkering geschiedt namelijk op basis van analoog gebruik:
Analoog gebruik gaat over foto's die in de traditionele media zijn verschenen. De rechten voor die foto's worden uitgekeerd via persagentschappen. Die foto's kun je dus als het goed is niet aanmelden bij Pictoright. Maar het is verwarrend en er zal veel dubbel geclaimd worden, al dan niet onbedoeld.
Wil je in aanmerking komen voor een uitkering voor buiten de traditionele media verschenen werk, of werk dat je zelf uitgeeft, dan moet je ál je hergebruikrechten overdragen. Terwijl je digitaal hergebruik dus vooralsnog niet kunt opgeven…
De hergebruikrechten heeft Pictoright nodig om overeenkomsten af te sluiten met platforms. Zie de campagne #eerlijkdelensocialemedia. Met Meta loopt daarvoor inmiddels een peperdure rechtszaak, gefinancierd met de collectieve rechten van beeldmakers.
Het betalen van reprorecht voor digitaal hergebruik biedt overigens geen bescherming tegen fototrollen. ANP en DPG Media claimen massaal auteursrechten, geregeld voor foto’s die zij zelf zonder naamsvermelding van de fotograaf verspreiden en waar dus niet duidelijk van is dat er nog auteursrechten op rusten.
Een ding is zeker: er wordt heel, heel, veel geld verdiend met auteursrechten. Maar de makers zien er weinig van terug.
- print;
- e-mailt;
- gebruikt in een les of presentatie.
Het reprorecht van artikel 16h Aw is veel breder en beperkt het reprorecht niet tot intern gebruik. Bovendien vervalt het recht op een vergoeding al na drie jaar, artikel 16k Aw:
De verplichting tot betaling van de vergoeding, bedoeld in artikel 16h, vervalt door verloop van drie jaar na het tijdstip waarop de verveelvoudiging vervaardigd is.
Met andere woorden; persfoto’s die je meer dan drie jaar geleden overnam, daar vervalt het recht op een vergoeding voor de maker. Maar fototrollen claimen vrolijk persfoto's tot twintig jaar geleden.
Stichting Reprorecht verdeelt de vergoeding onder de makers, zoals uitgevers, schrijvers en fotografen.
Uitgevers zijn géén makers. Toch komt uiteindelijk driekwart van de geïnde vergoedingen bij de uitgevers terecht. Stichting Reprorecht keert namelijk de helft van haar inkomsten uit aan uitgevers. De andere helft wordt verdeeld via beheerorganisaties zoals stichting Pictoright. Die keert met inhouding van een fee uit aan fotografen en aan persagentschappen. Die persagentschappen houden een deel van de ontvangen gelden zelf (ANP 50%) en sommige houden zelfs alles voor zichzelf getuige een rechtszaak tegen BSR Agency.
En net toen ik dacht, het kan niet erger, kwam ik erachter dat je digitaal uitgegeven werk niet kunt opgeven bij Pictoright. Uitkering geschiedt namelijk op basis van analoog gebruik:
Analoog gebruik gaat over foto's die in de traditionele media zijn verschenen. De rechten voor die foto's worden uitgekeerd via persagentschappen. Die foto's kun je dus als het goed is niet aanmelden bij Pictoright. Maar het is verwarrend en er zal veel dubbel geclaimd worden, al dan niet onbedoeld.
Wil je in aanmerking komen voor een uitkering voor buiten de traditionele media verschenen werk, of werk dat je zelf uitgeeft, dan moet je ál je hergebruikrechten overdragen. Terwijl je digitaal hergebruik dus vooralsnog niet kunt opgeven…
De hergebruikrechten heeft Pictoright nodig om overeenkomsten af te sluiten met platforms. Zie de campagne #eerlijkdelensocialemedia. Met Meta loopt daarvoor inmiddels een peperdure rechtszaak, gefinancierd met de collectieve rechten van beeldmakers.
Het betalen van reprorecht voor digitaal hergebruik biedt overigens geen bescherming tegen fototrollen. ANP en DPG Media claimen massaal auteursrechten, geregeld voor foto’s die zij zelf zonder naamsvermelding van de fotograaf verspreiden en waar dus niet duidelijk van is dat er nog auteursrechten op rusten.
Een ding is zeker: er wordt heel, heel, veel geld verdiend met auteursrechten. Maar de makers zien er weinig van terug.

