HowardsHome kaltgestellt

Hoe drie mediagiganten via de rechter een kleine speler uitschakelden.

DPG Media, Mediahuis Nederland en Mediahuis NRC (verder te noemen de mediagiganten) hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak die ik in mijn boek aanhaal om de regels bij het gebruik van hyperlinks te onderbouwen*. Onze Auteurswet is namelijk hopeloos verouderd en begrippen als downloaden, webpagina en hyperlinken ontbreken. De Europese Unie hanteert sinds 2001 het begrip mededeling aan het publiek (MAHP) en stelde richtlijnen op voor online hergebruik. Nederland gebruikt nog steeds de analoge begrippen openbaar maken en verveelvoudigen. De advocaten van de mediagiganten gebruiken de verouderde begrippen om kleinere mediapartijen kapot te procederen.

HowardsHome verzamelde informatie uit openbare feeds en bood tegen betaling nieuwsoverzichten aan met nieuwskoppen, tekstfragmenten en – indien beschikbaar gesteld door de aanbieder van de feed – verkleinde foto’s (thumbnails). Bij elk item verwees zij met een hyperlink naar het oorspronkelijke artikel. Dat is linkbuilding en draagt bij aan een betere vindbaarheid voor de partijen waarnaar verwezen wordt. De mediagiganten stellen echter dat hun rechten worden geschonden.

In 2024, toen de zaak in eerste aanleg nog liep, is HowardsHome al gestopt met haar activiteiten:
 

Gerechtshof Amsterdam oordeelde 20 oktober 2026 dat Howardshome inbreuk heeft gemaakt op het auteurs- en persuitgeversrecht van de mediagiganten door beschermde teksten en afbeeldingen openbaar te maken en te verveelvoudigen. Het hof vernietigt het eerdere vonnis en HowardsHome draait op voor alle proceskosten: alleen al van de mediagiganten een bedrag van ruim 70.000 euro!

Tot overmaat van ramp wijst het hof een nog nader op te maken schadevergoeding toe, nóg meer juridische kosten. Daarvoor moet Howards Home binnen 30 dagen een onderbouwde opgave doen van alle inbreuken. Ondoenlijk lijkt me. Maar met een dwangsom van 1.000 euro per dag, oplopend tot maximaal 100.000 euro zal dat toch moeten gebeuren.

Een onverteerbare uitspraak vind ik. Al verbaast het me niet meer – twee raadsheren zijn afkomstig uit de advocatuur. Ook met de verouderde Auteurswet (artikel 15a.2) had het hof anders kunnen oordelen:
“Onder citeren wordt in dit artikel mede begrepen het citeren in de vorm van persoverzichten uit in een dag-, nieuws- of weekblad of tijdschrift verschenen artikelen.”

Onder Unierecht moet bij een openbaar online gepubliceerd werk gekeken worden of er een nieuw publiek wordt bereikt. Met een hyperlink naar de bron wordt er rechtstreeks toegang geboden naar de oorspronkelijke publicatie. Het Juridische Hof van de Europese Unie besliste in het Svensson-arrest dat het publiceren van een werk met een aanklikbare bronvermelding (hyperlink) géén handeling bestaande in een mededeling is. Eenieder met een internetaansluiting kan immers via die hyperlink de oorspronkelijke publicatie bekijken.

Ik heb de stukken niet gezien, het zou kunnen dat delen van de getoonde tekstfragmenten achter een betaalmuur zaten. Dan wordt er met de mededeling wél een nieuw publiek bereikt. In dat geval kan HowardsHome verwijzen naar het Bild-Kunst-arrest: de feeds zijn openbaar en de mediagiganten hebben geen maatregelen tegen het overnemen van de inhoud ervan getroffen. Eenieder kan de data ophalen via de feed. Als de mediagiganten niet willen dat er met hyperlinks en fragmenten verwezen wordt naar hun perspublicaties moeten ze de feeds niet openbaar beschikbaar stellen.

Tot slot kun je nog twisten of de mediagiganten überhaupt recht hebben op een schadevergoeding voor een inbreuk op het auteurs- of persuitgeversrecht:
  • Teksten en afbeeldingen kunnen zijn overgenomen van bijvoorbeeld ANP, ANP heeft dan het persuitgeversrecht.
  • Teksten en afbeeldingen kunnen door meerdere partijen zijn uitgegeven, dan rusten er geen exclusieve rechten meer op.
  • Teksten en afbeeldingen kunnen zijn gemaakt door freelancers. Die behouden zelf het auteursrecht.
Cassatie is een optie, zeker als dat de betaling van de proceskosten en de schadestaatprocedure opschort. Of het wijsheid is weet ik niet. Dat de Auteurswet anno 2026 nog steeds uitgaat van een analoge werkelijkheid is namelijk geen toeval. Die wet is de afgelopen jaren steeds verder uitgehold voor de makers, ten gunste van de uitgevers en in de inningsindustrie. De verouderde wetgeving veroorzaakt rechtsonzekerheid en houdt de werkgelegenheid van het toenemend aantal IE-juristen in stand.

Door kleine uitgevers kapot te procederen ontstaat er langzaam maar zeker een mediacratie: een bestuursvorm waar een paar partijen die de macht hebben om via de media de publieke opinie te beïnvloeden het land regeren. En het lijkt er met deze uitspraak sterk op dat de rechterlijke macht daaraan meewerkt.

* Pagina 101 uit mijn boek: